De Wet op de Omzetbelasting merkt het geven van onderwijs aan als een vrijgestelde prestatie. De vrijstelling geldt ook voor met het geven van onderwijs nauw samenhangende leveringen en diensten. In het arrest Horizon College uit 2007 heeft het Hof van Justitie EG beslist dat diensten en goederenleveringen alleen kunnen worden aangemerkt als ‘nauw samenhangend’ met het onderwijs wanneer zij daadwerkelijk worden verstrekt als nevenprestatie bij dat onderwijs. Een nevenprestatie vormt geen doel op zich, maar is een middel om de belangrijkste dienst van de dienstverlener aantrekkelijker te maken.

In een procedure over de verhuur van kluisjes aan leerlingen door een middelbare school merkte de rechtbank deze verhuur aan als een nevenprestatie die wegviel in de onderwijsvrijstelling. De school had de verhuur als afzonderlijke, belaste dienst aangemerkt. Doel daarvan was om een deel van de omzetbelasting die drukte op de kosten van een verbouwing van de school in aftrek te kunnen brengen.

Volgens Hof Arnhem is de verhuur van kluisjes geen nevenprestatie. De kluisjesverhuur dient weliswaar het gemak van de scholier en bevordert de netheid en de veiligheid in de school, maar dat is onvoldoende om te concluderen dat zonder kluisjesverhuur de gelijkwaardigheid van het onderwijs niet kan worden verzekerd.
Volgens een aantal arresten van het Hof van Justitie EG zijn diensten die mogelijk zeer nuttig zijn voor de hoofdprestatie of die het comfort en welzijn van de afnemers van de hoofdprestatie kunnen verbeteren niet onontbeerlijk voor de hoofdprestatie. Alleen als aan die voorwaarde is voldaan is sprake van een nevenprestatie. De verhuur van kluisjes vormt daarom een zelfstandige dienst.