De omzetbelasting kent een hoog en een laag tarief. Vanwege de tariefverschillen kan het aantrekkelijk zijn om verschillende diensten samen te voegen tot een dienst of om een dienst te splitsen in verschillende diensten. Afzonderlijke diensten hebben ieder hun eigen tarief, terwijl bijkomende diensten opgaan in de hoofddienst en dus het tarief van de hoofddienst volgen. De uitleg wanneer sprake is van een dienst en wanneer van meerdere is door het Hof van Justitie EG gegeven in het CPP-arrest. Uitgangspunten zijn dat iedere dienst als een zelfstandige dienst wordt beschouwd en dat wat economisch gezien één dienst is niet kunstmatig uit elkaar moet worden gehaald. Een dienst is bijkomend wanneer hij voor de klant geen doel op zich is. Het feit dat één prijs in rekening wordt gebracht is niet beslissend voor de kwalificatie van diensten.

De rechtbank Arnhem was van oordeel dat de combinatie van trainen van paarden en stalling en verzorging van de paarden als één dienst gold. De paarden trainden één tot drie keer per dag op het bedrijf van de trainer. Het verzorgen van het paard vormde onderdeel van de training. De belastingdienst meende dat de stalling een afzonderlijke dienst was die moest worden afgesplitst. Bij maneges met pensionstallen worden de boxhuur en de verzorging als aparte diensten gezien.

De rechtbank vond dat sprake was van een afwijkende situatie. In dit geval ontbrak de mogelijkheid van pensionstalling en was de training van het paard het kenmerkende element van de dienst. Voor zover de stalling en verzorging als aparte diensten moesten worden aangemerkt ging het om bijkomende diensten die het fiscale lot van de hoofddienst volgen.