Omdat de sociale partners het niet eens konden worden over een aanpassing van de AOW-leeftijd voor de afgesproken datum, zet het kabinet de eerder aangekondigde verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar door. Anders dan eerder aangekondigd gaat de AOW-leeftijd in twee stappen omhoog. In 2020 wordt de AOW-leeftijd 66 jaar en in 2025 67 jaar. Doordat de eerste verhoging van de AOW-leeftijd in 2020 plaatsvindt, blijven mensen die op 1 januari 2010 55 jaar of ouder zijn buiten schot. De kabinetsplannen gaan overigens verder dan alleen verhoging van de AOW-leeftijd. Ook in andere wetgeving zal de pensioenleeftijd worden aangepast. Dat geldt bijvoorbeeld voor de regeling voor de lijfrentepremieaftrek.

Werknemers die 42 jaar lang hebben gewerkt kunnen ervoor kiezen om op 65-jarige leeftijd te stoppen. Dat leidt wel tot een verlaging van de AOW-uitkering met circa 8% per jaar.

Het kabinet wil het doorwerken stimuleren door de invoering van een inkomensgerelateerde arbeidskorting.

Werkgevers worden verplicht om werknemers in zware beroepen na 30 jaar minder belastend werk te laten doen. De sanctie op deze verplichting is dat de werkgever moet betalen voor de mogelijkheid dat werknemers in zware beroepen met 65 jaar stoppen met werken. Het begrip zware beroepen is nog niet ingevuld; dat moet in de praktijk gebeuren.

Werknemers, die voordat zij 65 jaar oud zijn werkloos of arbeidsongeschikt zijn geworden, verliezen met 65 jaar het recht op deze uitkering. In plaats daarvan krijgen zij een uitkering rond het AOW-niveau. Eigen vermogen en het inkomen van de partner blijven buiten beschouwing.

Tenslotte wordt de Arbowet gewijzigd door de opname van de verplichting voor werkgevers en werknemers om een duurzaam inzetbaarheidsbeleid in te voeren. Dat moet ervoor zorgen dat werknemers hun werk kunnen blijven doen tot 67 jaar.