Hof Amsterdam kwam in een procedure tot het oordeel dat een belastingplichtige over het jaar 1996 niet de vereiste aangifte inkomstenbelasting had gedaan. Bepalend daarvoor was ondermeer dat de belastingplichtige aan zijn belastingadviseur geen informatie over het privégebruik auto had gegeven. Het hof had vastgesteld dat de belastingplichtige naast het privégebruik nog voor tenminste € 26.000 aan inkomsten niet had aangegeven. Het leed geen twijfel dat de belastingplichtige zich ervan bewust moet zijn geweest dat hij deze inkomsten in zijn aangifte had moeten vermelden. Gezien de hoogte van de daarover verschuldigde belasting had hij de vereiste aangifte niet gedaan.

In cassatie bestreed de belastingplichtige dat hij de gegevens voor het privégebruik auto niet zou hebben verstrekt. Uit de gedingstukken van de procedure voor het hof leidde de Hoge Raad af dat de belastingplichtige gelijk had. Dat kon echter niet tot cassatie leiden omdat het hof los daarvan al had vastgesteld dat de vereiste aangifte niet was gedaan.