Wanneer een vennootschap in staat van faillissement verkeert, is niet altijd duidelijk wie namens de vennootschap kan optreden. De Faillissementswet bepaalt dat de curator de persoon is die rechtsvorderingen met betrekking tot verplichtingen van de failliet instelt. De vraag is of ook andere personen onder omstandigheden namens de failliet kunnen optreden.

De belastingdienst legde aan een BV een naheffingsaanslag loonbelasting en premies volksverzekeringen op. De BV maakte bezwaar tegen de naheffingsaanslag. Tijdens de behandeling van het bezwaar werd de BV failliet verklaard. De directie van de BV werd gevoerd door een stichting. Een bestuurder van deze, inmiddels ontbonden, stichting ging in beroep tegen de uitspraak op het bezwaar, omdat de curator dat niet deed.

De rechtbank was van oordeel dat alleen de curator bevoegd was om namens de BV beroep in te stellen tegen de uitspraak op bezwaar. Daaraan verbond de rechtbank de conclusie dat de bestuurder namens zichzelf beroep had ingesteld. Dat beroep was niet-ontvankelijk, omdat de wet de bestuurder in persoon niet de mogelijkheid biedt om in beroep te gaan.

Hof Arnhem deelt de opvatting van de rechtbank niet. In een arrest uit 2003 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het beroep dat namens een inmiddels geliquideerde BV was ingesteld, ontvankelijk was. Het hof leidt uit het arrest van de Hoge Raad af dat, voordat de vereffening is geëindigd, ook diegenen wier belang rechtstreeks bij die vereffening is betrokken, bezwaar en (hoger) beroep tegen een aanslag kunnen instellen. De personen die bestuurder waren voordat een rechtspersoon failliet is verklaard zijn direct belanghebbenden in deze zin.

Volgens het hof biedt de tekst van de Faillissementswet steun voor de opvatting dat direct belanghebbenden bezwaar en beroep kunnen instellen. De Faillissementswet beoogt de boedel te beschermen. Het instellen van een gegrond bezwaar of (hoger) beroep kan leiden tot een lagere schuld van de boedel en draagt bij aan de bescherming van de boedel.

Hof Arnhem verklaarde het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.