Aanslagen inkomstenbelasting moeten worden opgelegd binnen drie jaar na het einde van het jaar waarop zij betrekking hebben. De termijn van drie jaar wordt verlengd met de periode waarvoor uitstel is verleend voor het indienen van de aangifte. Overschrijding van de termijn heeft tot gevolg dat de inspecteur niet bevoegd is om de aanslag op te leggen. Doet hij dat toch, dan kan de rechter de aanslag vernietigen. Vernietiging heeft niet tot gevolg dat de in het betreffende jaar ingehouden loonheffing en dividendbelasting worden terugbetaald. De loonbelasting en dividendbelasting zijn zelfstandige heffingen die tevens bedoeld zijn als vooruitbetaling op een materiële inkomstenbelastingschuld. Deze belastingschuld gaat niet teniet door de overschrijding van de termijn waarbinnen de aanslag moet worden opgelegd. Terugbetaling is alleen aan de orde voor zover de ingehouden loon- en dividendbelasting de materiële belastingschuld overtreffen.