De loonbelasting kent een bijzondere regeling voor werknemers die uit het buitenland afkomstig zijn en in Nederland in dienstbetrekking werken. Als aan een aantal voorwaarden is voldaan kan 30% van de totale bruto beloning als belastingvrije vergoeding van zogenaamde extraterritoriale kosten worden beschouwd. Deze 30%-regeling geldt voor een periode van maximaal 10 jaar. De looptijd van de regeling wordt verkort met perioden van eerder verblijf of eerdere tewerkstelling in Nederland. De voorwaarden hebben betrekking op de deskundigheid van de buitenlandse werknemer en de schaarste van deze deskundigheid op de Nederlandse arbeidsmarkt. Eén van de voorwaarden is dat de werknemer in het buitenland is geworven. Wanneer hij in Nederland woont op het moment waarop hij wordt aangenomen, geldt de 30%-regeling niet.

 

De vraag in een procedure over de toepassing van de 30%-regeling was waar een werknemer woonde ten tijde van het aanvaarden van zijn dienstbetrekking. Het ging om een Roemeense softwareontwikkelaar die tot 1 maart 2008 in Roemenië werkte en studeerde en daarna gedurende zes maanden in Duitsland studeerde. In die laatste periode verbleef zijn eveneens Roemeense vriendin in verband met haar studie in Nederland. Vanaf 1 oktober 2008 had zij een baan in Nederland. De softwareontwikkelaar zocht een baan in Nederland of Duitsland. In verband daarmee plaatste hij zijn CV op een carrièresite. Als adres vermeldde hij het adres in Nederland van zijn vriendin. Eind november 2008 sloot hij een arbeidsovereenkomst met een Nederlandse werkgever. Volgens de rechtbank Breda woonde de softwareontwikkelaar op dat moment in Roemenië, ondanks een inschrijving op het adres van zijn vriendin in Nederland.

 

De werknemer had gedurende 10 jaar recht op toepassing van de 30%-regeling, omdat aan de overige voorwaarden was voldaan en er geen relevante perioden van eerder verblijf in Nederland waren waardoor de looptijd van de regeling bekort moest worden.