Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Als u in 2009 voor meer dan € 2.200 investeert in bedrijfsmiddelen heeft u recht op kleinschaligheidsaftrek, zolang het totale bedrag van de investeringen minder dan € 240.000 bedraagt. De aftrek is een percentage van het investeringsbedrag. Het aftrekpercentage varieert van 1% tot 25%. Hoe lager het geïnvesteerde bedrag is, des te hoger is het aftrekpercentage. Voor samenwerkingsverbanden van zelfstandige ondernemers geldt het gezamenlijke investeringsbedrag als uitgangspunt voor het aftrekpercentage. Naar verwachting stijgt het maximum in 2010 naar € 300.000, terwijl het maximale aftrekpercentage omhoog gaat naar 28%.

 

Let op! Niet alle bedrijfsmiddelen komen voor aftrek in aanmerking.

Voor investeringen in zeer zuinige personenauto’s en nulemissie-voertuigen heeft u met ingang van 2010 wel recht op investeringsaftrek.

 

Het kan verstandig zijn om verdere investeringen uit te stellen tot na 1 januari 2010, bijvoorbeeld wanneer u door een betrekkelijk geringe investering net in een lager aftrekpercentage terecht zou komen of wanneer het investeringsbedrag boven het maximum van € 240.000 uitkomt.

 

Willekeurige afschrijving

Investeringen die in 2009 of in 2010 worden gedaan, kunnen in afwijking van de reguliere afschrijvingstermijnen in minimaal twee jaar worden afgeschreven. De hoogte van de afschrijving is willekeurig, maar bedraagt maximaal 50% per jaar. De willekeurige afschrijving is een tijdelijke maatregel die alleen geldt voor nieuwe bedrijfsmiddelen. De regeling geldt niet voor gebouwen, immateriële activa en personenauto’s. Taxi’s en zeer zuinige personenauto’s mogen wel willekeurig worden afgeschreven. Het bedrijfsmiddel moet vóór 1 januari 2013 in gebruik zijn genomen.

 

Milieubedrijfsmiddelen

De afschrijving op gebouwen is beperkt door het opnemen van een zogenaamde bodemwaarde. Voor gebouwen die kwalificeren als milieubedrijfsmiddel geldt deze beperking niet. Milieubedrijfsmiddelen mogen willekeurig worden afgeschreven.

 

Voorlopige verliesverrekening

Als maatregel om de gevolgen van de kredietcrisis te bestrijden heeft de staatssecretaris van Financiën een eenmalige versoepeling in de verrekening van ondernemingsverliezen mogelijk gemaakt. De versoepeling betreft de verliezen van het jaar 2008. Het besluit bevat twee faciliteiten, namelijk de voorlopige verliesverrekening terwijl de aangifte nog niet is ingediend en de voorlopige verrekening van een verlies over 2008 als de definitieve aanslag over een voorafgaand jaar nog niet is vastgesteld.
De belastingdienst kan op verzoek een verlies voorlopig verrekenen (eventueel als voorschot) voordat aangifte is gedaan, als de belastingplichtige aannemelijk weet te maken dat over 2008 een verlies is geleden.
De belastingdienst kan op verzoek een voorschot geven op de voorlopige verliesverrekening als er een voorlopige aanslag is opgelegd over het jaar waarmee het verlies wordt verrekend.
De belastingdienst verleent geen voorschot als de aangifte over het verliesjaar al is gedaan en de aanslag over het jaar waarnaar wordt teruggewenteld op zeer korte termijn definitief wordt vastgesteld. Het besluit geldt tijdelijk en vervalt op 1 juli 2010.