Schenkingen aan (klein)kinderen
Een schenking aan uw kinderen in 2009 is vrij van schenkingsrecht tot een bedrag van € 4.556 per kind. Voor kinderen tussen 18 en 35 jaar geldt eenmalig een verhoogde vrijstelling van € 22.760. Boven de vrijstelling
geldt een tarief van 5% over de eerste € 22.763 en daarna 8% over de volgende € 22.756. Het tarief stijgt tot 27% als de schenking meer bedraagt dan € 910.163.
Voor kleinkinderen geldt in 2009 een vrijstelling van € 2.734. Deze vrijstelling geldt eenmaal per periode van 12 maanden. Wordt er binnen 12 maanden meer dan de vrijstelling geschonken, ook al is dat in meerdere keren, dan vervalt de
vrijstelling.
Let op: Per 1 januari 2010 veranderen het schenkings- en het successierecht. Er komt een vereenvoudiging van de momenteel ingewikkelde tariefstructuur. Voor kinderen geldt tot een bedrag van € 118.000 een tarief van 10%. Boven dat bedrag geldt een tarief van 20%.
Let op: Hoewel door de herziening per 1 januari 2010 de tarieven voor veel verkrijgers zullen dalen, worden andere familieleden dan partners en kinderen daarvan de dupe. Voor kleinkinderen geldt nu nog een starttarief van 8%. Dat wordt straks 18%. Wilt u dus meer dan het bedrag van de vrijstelling schenken aan uw kleinkinderen, doe dat dan in 2009 om te profiteren van de dan nog lage tarieven.
Lijfrentepremie
Wie jonger is dan 65 jaar heeft de mogelijkheid om een bestaand pensioentekort aan te vullen door middel van een lijfrente. De premie daarvan is tot een zeker maximum aftrekbaar. De veelal ingewikkelde berekening van de jaarruimte kan pas na het einde van het jaar worden gemaakt. De premie is daarom aftrekbaar in 2009 indien deze wordt gestort in de eerste 3 maanden van 2010. Uiteraard heeft u de keuze om de in 2010 betaalde premie in dat jaar in aftrek te brengen. Of het voordelig is om deze premie in 2009 in aftrek te brengen hangt onder meer af van de hoogte van uw inkomens in 2009 en 2010 en van de hoogte van de premie. De maximale grondslag waarover de aftrek wordt berekend is met ingang van 2009 verhoogd tot € 155.827.
Giften
Onder voorwaarden kunt u gedane giften van uw inkomen aftrekken. Het gaat dan om giften aan instellingen die door de belastingdienst zijn aangemerkt als het algemeen nut beogende instellingen. Er geldt een aftrekdrempel van 1% van het verzamelinkomen van u en uw fiscale partner samen. De drempel bedraagt minimaal € 60. De aftrek kan niet hoger zijn dan 10% van het gezamenlijke verzamelinkomen. In verband met de aftrekdrempel is het raadzaam uw giften voor twee jaar te bundelen en in een jaar te doen, bijvoorbeeld door de voor 2010 geplande giften al in 2009 te doen.
Als u gedurende een reeks van jaren grotere giften doet aan dezelfde instelling is het voordeliger om dit te doen in de vorm van een periodieke uitkering. De aftrekdrempel geldt namelijk niet voor dergelijke giften als de looptijd tenminste vijf jaar bedraagt en er een notariële schenkingsakte is opgemaakt.
Naast de aftrekbaarheid van de gift was de verplichting om de komende jaren een gift te doen een schuld die in mindering komt op de bezittingen in box 3. Daaraan komt per 30 december 2009 een einde. De schuld telt dus alleen mee in het beginvermogen van 2009, niet meer in het eindvermogen.
Betaling belastingaanslagen
Het verdient aanbeveling om uw openstaande belastingaanslagen nog dit jaar te betalen. Daardoor verlaagt u de rendementsgrondslag van box 3 omdat niet betaalde belastingen niet als schuld meetellen in box 3. Als u weet dat u over uw box 1-inkomen van 2009 belasting moet bijbetalen, dan kunt u ter vermindering van de rendementsgrondslag ook het bij te betalen bedrag al vóór 31 december betalen. Wanneer u vóór 1 oktober schriftelijk heeft gevraagd om een (nadere) voorlopige aanslag mag u ervan uitgaan dat deze tijdig wordt opgelegd en dus voor 31 december kan worden betaald. Legt de inspecteur ondanks een tijdig verzoek de aanslag pas zo laat op dat u deze redelijkerwijs niet op 31 december kunt hebben betaald, dan mag de desbetreffende belastingschuld toch als betaald worden beschouwd bij de berekening van de rendementsgrondslag in box 3. Het in mindering te brengen bedrag mag niet hoger zijn dan het uiteindelijk verschuldigde en binnen de termijn betaalde bedrag.


