De staatssecretaris van Financiën gaat niet in cassatie tegen een uitspraak van Hof Leeuwarden over de toepassing van het gelijkheidsbeginsel bij de waardering van een verhuurd perceel grond. De huurder van de grond was de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Een vereniging van grondeigenaren van NAM-locaties had in 1990 een afspraak over de waardering van percelen gemaakt met de belastingdienst. Bij deze vereniging was de meerderheid van NAM-locatiehouders aangesloten. De eigenaar in de procedure voor Hof Leeuwarden was geen lid van de vereniging. Volgens het Hof gold de afspraak ook voor deze eigenaar omdat de inspecteur in de meerderheid van vergelijkbare gevallen een begunstigend beleid had gevoerd.
Volgens het Hof was sprake van gelijke gevallen gezien de vergelijkbare huurovereenkomsten. De uitspraak van het Hof is overwegend feitelijk van aard en daarom in cassatie niet aantastbaar.