Bij gebruikmaking van de diensten van vrijwilligers is het toegestaan om een bedrag aan fictieve loonkosten in mindering op de winst te brengen. Als voorwaarde daarvoor geldt dat er geen sprake mag zijn van ernstige concurrentieverstoring ten opzichte van anderen die vergelijkbare activiteiten verrichten zonder gebruik te maken van vrijwilligers.
De rechtbank Breda heeft onlangs een uitspraak gedaan in een procedure over moskeewinkels met vrijwilligers. De rechtbank stond de aftrek van fictieve loonkosten toe. Naar aanleiding van deze uitspraak zijn Kamervragen gesteld aan de staatssecretaris van Financiën. De staatssecretaris heeft in zijn antwoord de wetsgeschiedenis aangehaald. Daaruit volgt dat er een ernstige concurrentieverstoring is als een activiteit binnen de branche duidelijk als concurrentie wordt ervaren. In een dergelijk geval zou de fictieve aftrek en de vrijstelling van vennootschapsbelasting leiden tot een ongewenste marktverstoring. De inspecteur is het niet eens met de wijze waarop de Rechtbank Breda deze bepaling heeft uitgelegd en heeft tegen de desbetreffende uitspraak hoger beroep aangetekend.