Voor bloedverwanten in de rechte lijn, niet zijnde kinderen van de erflater, geldt een vrijstelling van het successierecht als de verkrijging niet hoger is dan € 10.000 (2007).

Een schenking die de erflater binnen 180 dagen voor zijn overlijden heeft gedaan is een fictieve erfrechtelijke verkrijging. De schenking wordt bij hetgeen bij overlijden wordt verkregen geteld en verhoogt op die manier het successierecht.

Een erflaatster bepaalde in haar testament dat haar kleinkinderen een legaat zouden krijgen ter grootte van de volgens de wet voor hen geldende vrijstelling. Kort voor het overlijden had zij aan ieder van haar kleinkinderen een bedrag van € 2.600 geschonken.

Volgens de rechtbank wilde de erflaatster niet een bedrag in contanten legateren ter grootte van de ten tijde van de verkrijging geldende vrijstelling, maar had zij bepaald dat het legaat een vrijgesteld bedrag betrof. Het legaat aan de kleinkinderen was inclusief de fictieve verkrijging van het geschonken bedrag. Alleen op die manier verkregen de kleinkinderen een vrijgesteld bedrag.