De Gemeentewet regelt welke belastingen gemeenten mogen heffen. Een van deze belastingen is de parkeerbelasting. Parkeerbelasting wordt geheven door bij de aanvang van het parkeren een parkeermeter of een parkeerautomaat in werking te stellen op de voorgeschreven manier. Tegenwoordig is het ook mogelijk dat te doen met een mobiele telefoon.

In principe moet de parkeerbelasting meteen na het parkeren van de auto worden betaald. In de rechtspraak is erkend dat het feitelijke betalen van de belasting enige tijd vraagt. De parkeerder moet daarom een redelijke tijd om de parkeerapparatuur in werking te stellen worden gegund.
De vraag in een procedure voor de rechtbank Haarlem was of een parkeerder ook de tijd gegund moet worden om zijn telefoon op te halen die nog op kantoor lag. In de tijd die was verstreken tussen het parkeren van de auto en het betalen van de belasting per telefoon had de parkeerwacht al een naheffingsaanslag opgelegd. De rechtbank vond dat een parkeerder niet zoveel tijd gegund hoeft te worden. Daarmee sloot de rechtbank aan bij de vaste jurisprudentie over het niet direct voorhanden hebben van passend muntgeld voor een parkeerautomaat. In die gevallen geldt dat er niet hoeft te worden gewacht tot de parkeerder geld heeft kunnen wisselen. Van parkeerders wordt namelijk verwacht dat zij op het moment van parkeren voldoende kleingeld bij zich hebben voor de parkeerautomaat. Daarom geldt voor iemand die wil belparkeren dat hij zijn telefoon bij zich dient te hebben.