Een van de belastingen die gemeenten mogen heffen is de forensenbelasting. Die belasting komt vaak voor in gemeenten waar veel mensen over een vakantiewoning beschikken. De forensenbelasting is namelijk een belasting die wordt geheven van mensen die buiten de gemeente hun hoofdverblijf hebben en die op meer dan 90 dagen per jaar binnen de gemeente de beschikking hebben over een gemeubileerde woning.

De eigenaar van een gemeubileerde recreatiewoning had aan een bemiddelingsbureau de opdracht gegeven om zijn woning te verhuren aan derden. Volgens de overeenkomst was eigen gebruik door de eigenaar mogelijk. Reserveren voor eigen gebruik diende bij aanvang van de overeenkomst te gebeuren, maar was ook mogelijk gedurende het jaar indien de woning niet bezet was. De eigenaar had een overzicht van de perioden waarin de woning in het jaar 2005 was verhuurd. Daaruit was op te maken dat hij de woning in 2005 gedurende 47 dagen had gebruikt. Desondanks legde de gemeente hem een aanslag in de forensenbelasting op. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad telt in dergelijke gevallen niet alleen het werkelijke eigen gebruik, maar ook de periode waarin eigen gebruik niet in verband met verhuur of aan derden toegekende rechten tot verhuur is uitgesloten.

De vraag was of de dagen waarop de woning niet was verhuurd moesten worden aangemerkt als dagen waarop de woning aan de eigenaar en zijn gezin ter beschikking stond.

Hof Den Haag was van oordeel dat de woning in beginsel, buiten de vooraf door de eigenaar gereserveerde periodes, het gehele kalenderjaar voor de verhuur beschikbaar was. De opdracht tot verhuur aan het bemiddelingsbureau was namelijk doorlopend en gold voor het gehele jaar. De aanslag forensenbelasting was, gezien het eigen gebruik van slechts 47 dagen, ten onrechte opgelegd.