Voor de toepassing van de Wet WOZ moet de waarde in het economische verkeer van onroerende zaken worden vastgesteld. De gemeente stelt deze waarde jaarlijks vast. Indien de eigenaar van de onroerende zaak het niet eens is met de vastgestelde waarde, zal de gemeente in een procedure voor de rechter aannemelijk moeten maken dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.

In een procedure over de waarde van een aantal parkeerplaatsen ging de gemeente uit van een veronderstelde huuropbrengst van € 300 per jaar. Deze huur werd vermenigvuldigd met een kapitalisatiefactor van 10,5. De gemeente gaf voor deze berekening geen enkele onderbouwing. Feit was dat de 45 parkeerplaatsen niet verhuurd werden en naar verwachting ook niet zouden worden omdat er een overvloed aan gratis parkeerplaatsen was in de directe omgeving. Hof Den Haag volgde het standpunt van de eigenaar dat de waarde van de parkeerplaatsen in het economische verkeer nihil bedroeg.