Op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) wordt jaarlijks de waarde van onroerende zaken vastgesteld. De wet bepaalt in een aantal gevallen dat meerdere onroerende zaken als één onroerende zaak worden aangemerkt. Dat geldt sinds 1 januari 2005 ook voor de op een terrein voor verblijfsrecreatie aanwezige zaken, mits het terrein behoort tot het zakelijk recht van één persoon en sprake is van exploitatie van het terrein.

Volgens Hof Leeuwarden was geen sprake van exploitatie van een recreatieterrein dat eigendom was van een vereniging. De leden van de vereniging hebben een levenslang en persoonlijk gebruiksrecht van een bepaald zomerhuisje op het terrein. De vereniging gebruikte het terrein niet om er zelf voordeel mee te behalen. Dat bracht het Hof tot de conclusie dat het terrein voor de Wet WOZ ten onrechte was aangemerkt als één onroerende zaak. Het Hof vernietigde de WOZ-beschikking en de opgelegde aanslagen in de onroerende zaakbelastingen.