Per 1 januari 2003 is het tarief van de accijns voor alcoholhoudende producten verhoogd. Een groothandel in alcoholhoudende dranken wilde van de tariefverhoging profiteren door kort tevoren een grote partij alcoholhoudende dranken te verkopen aan een zusterbedrijf. Op dat moment werd accijns tegen het toen geldende lagere tarief afgedragen. Vervolgens werd een groot gedeelte van deze partij teruggekocht en in een accijnsgoederenplaats opgenomen. In verband met de zogenaamde inslag van accijnsgoederen werd voor deze partij accijns teruggevraagd tegen het verhoogde tarief. In totaal werd op deze manier € 323.192 aan accijns “verdiend”. De belastingdienst legde voor dit bedrag een naheffingsaanslag op.

Het Uitvoeringsbesluit Accijns bevat een algemene overgangsmaatregel voor het recht op teruggaaf van accijns na een tariefwijziging. Bij de tariefaanpassing per 1 januari gold echter een specifieke overgangsmaatregel, waardoor de algemene overgangsmaatregel niet van toepassing was. Op basis van die specifieke maatregel meende de groothandel dat bij een verzoek om teruggaaf dat meer dan 2 maanden na de tariefwijziging werd ingediend, altijd het nieuwe hogere tarief zou gelden. De rechtbank was echter van oordeel dat het begrip teruggaaf beperkt is tot hetgeen eerst is betaald. De inspecteur had terecht een naheffingsaanslag opgelegd voor het aanvankelijk teveel teruggegeven bedrag.