In een besluit uit 2001 heeft de staatssecretaris van Financiën het beleid voor ten onrechte ontvangen looninkomsten uiteengezet. Ten onrechte ontvangen looninkomsten kunnen onder voorwaarden buiten de heffing van de inkomstenbelasting gehouden worden. De ontvanger van deze inkomsten moet binnen een redelijke termijn laten blijken dat hij de inkomsten niet wil behouden.

Het kan voorkomen dat in eerste instantie terecht ontvangen looninkomsten terugbetaald moeten worden, bijvoorbeeld omdat zij met terugwerkende kracht vervangen worden door andere looninkomsten. Een voorbeeld is de vervanging van de bijstandsuitkering door een ziektewetuitkering. Terugbetaling in een later jaar dan het jaar waarin de vervangende looninkomsten zijn ontvangen, kan leiden tot een nadeel door de progressie in het tarief van de inkomstenbelasting. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat de terugbetaling onder voorwaarden als negatief loon in aanmerking mag worden genomen in het kalenderjaar waarin de vervangende looninkomsten zijn ontvangen.

De voorwaarden zijn:

- de looninkomsten zijn niet te kwader trouw verkregen en

- de looninkomsten zijn terugbetaald binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de vervangende looninkomsten zijn genoten, of de belastingplichtige heeft er binnen die periode van drie maanden blijk van gegeven dat hij de looninkomsten niet wil behouden en heeft deze later in dat jaar terugbetaald.
Als de terugbetaling in een ander kalenderjaar als negatief loon in aanmerking is genomen, verklaart belastingplichtige zich akkoord met het terugnemen van deze aftrek.