De Wet op de Loonbelasting bevat een vrijstelling voor aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon. In plaats van het belasten van de aanspraak op uitkeringen worden de werkelijke uitkeringen belast ten tijde van de uitkering. Deze vrijstelling staat bekend onder de naam stamrechtvrijstelling en wordt nogal eens gebruikt om ontslagvergoedingen niet ineens te belasten. De stamrechtvrijstelling kan alleen gebruikt worden als de (ex-)werknemer de ontslagvergoeding niet zelf heeft genoten. Dat houdt in dat de werkgever het bedrag van de ontslagvergoeding niet aan de werknemer zelf mag betalen, maar aan de partij die de stamrechtovereenkomst uitvoert. Dat kan een verzekeringsmaatschappij zijn of een eigen stamrecht-BV van de werknemer.

De uitvoering van een stamrechtovereenkomst moet zorgvuldig gebeuren om te voorkomen dat de stamrechtvrijstelling niet van toepassing is. 

De stamrechtvrijstelling was niet van toepassing in een geval waarin de werkgever de ontslagvergoeding keurig betaalde aan een stamrecht-BV, maar waarin de BV voordat er een stamrechtovereenkomst was de ontslagvergoeding overboekte op een bankrekening van de ex-werknemer. Door deze overboeking was de ontslagvergoeding aan de ex-werknemer ter beschikking gesteld en door hem genoten. De stamrecht-BV had loonbelasting in moeten houden op de gedane uitkering.