Een VOF die een hotel-restaurant exploiteerde staakte in het jaar 2000 haar activiteiten. Het pand met een boekwaarde van ƒ 430.019 werd verkocht voor ƒ 800.000. De vennoten behaalden daarbij een stakingswinst van ƒ 369.981. In een procedure over de aanslagen inkomstenbelasting over het jaar van staking wilden de vennoten de stakingswinst drukken door de kosten van een verbouwing alsnog bij de boekwaarde te tellen. Het ging om vier facturen voor een totaalbedrag van ƒ 269.721,30. Deze facturen waren niet in de boekhouding van de VOF verwerkt. De btw die in rekening was gebracht op de facturen was niet als voordruk in aftrek gebracht op de aangiften omzetbelasting. Verder bleek dat de originele facturen niet op briefpapier waren gedrukt, dat de datum van twee van de facturen gelijk was aan de vermeende betaaldatum, dat de facturen niet gespecificeerd waren en dat er geen achterliggende stukken waren met betrekking tot de verbouwing. Ook was de aannemer niet bekend bij de Kamer van Koophandel of bij de belastingdienst in deze periode. Voor de verbouwing was ook geen vergunning aangevraagd.

Voor een eerdere verbouwing was een speciale bouwrekening geopend waarop alle uitgaven voor de verbouwing vermeld waren. Voor de verbouwing in 2000 was er geen bouwrekening.

De rechtbank vond vanwege al deze omstandigheden niet bewezen dat de VOF de verbouwing had laten uitvoeren.