Transacties tussen gelieerde partijen zijn niet altijd zakelijk. De gevolgen van onzakelijk handelen dienen buiten de winstsfeer te blijven.

Een voorbeeld van onzakelijk handelen is het verstrekken van een lening op condities die in andere verhoudingen dan tussen gelieerde partijen niet zouden worden toegepast, zoals het niet vragen van zekerheden, het niet verplichten van aflossingen of het bedingen van een te lage rente.

Een BV verstrekte in een reeks van jaren leningen aan een dochtermaatschappij. Eind 2004 was het totaal van de verstrekte leningen € 320.000. De BV vroeg geen zekerheid. Er was niets geregeld voor het geval de dochtermaatschappij failliet zou gaan. Aflossing zou gebeuren in tien halfjaarlijkse termijnen. De rente moest aan het einde van elk kalenderjaar betaald worden terwijl geen rente werd berekend over niet betaalde rente. Toen de dochtermaatschappij failliet ging wilde de BV de geldleningen afwaarderen tot nihil ten laste van haar winst.

De rechtbank vond dat de BV niet aannemelijk had gemaakt dat de geldleningen onder zakelijke voorwaarden aan de dochtermaatschappij waren verstrekt. Ondanks een daling van de omzet met 50% waren er geen zekerheden gesteld. De dochtermaatschappij had nooit rente betaald. Volgens de rechtbank was daarom duidelijk dat de dochtermaatschappij niet aan haar aflossingsverplichtingen zou kunnen voldoen. Gevolg was dat de BV het verlies op de geldleningen niet ten laste van de winst kon brengen.