Aan een BV toekomende betalingen die werden ontvangen op een aparte bankrekening werden door een fout van de administrateur niet als opbrengst van de BV verantwoord en niet als opbrengst aangegeven voor de heffing van de vennootschapsbelasting. De administrateur had de bankrekening aangemerkt als privébankrekening van de DGA. De inspecteur corrigeerde voor de heffing van de vennootschapsbelasting de winst van de BV over de jaren 1992 tot en met 1995 met de ontvangen betalingen. De BV bestreed deze winstcorrecties niet. De inspecteur meende dat de BV door het boeken van de betalingen op een bankrekening van de DGA en het niet verantwoorden in haar winst een winstuitdeling had gedaan aan de DGA. Daarom legde de inspecteur de DGA een navorderingsaanslag inkomstenbelasting op.

Hof Den Haag accepteerde de verklaring van de DGA met betrekking tot de gang van zaken. De saldi op de ten onrechte als privé aangemerkte bankrekening stonden de BV ter beschikking. De BV maakte ook gebruik van de bankrekening. De bedragen werden in de rekening-courant ten gunste van de DGA geboekt. Na ontdekking van de gemaakte fout zijn de bedragen in de rekening-courant tegengeboekt. Volgens het Hof had de inspecteur onvoldoende feiten aangedragen die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat de DGA de betalingen als vermomd dividend van de BV had genoten. Er was geen sprake van uitdelingen van winst.