Op grond van een EG-verordening bestaat de mogelijkheid om subsidie te krijgen voor de productie van bepaalde groenvoedergewassen. De subsidie wordt op verzoek van het verwerkingsbedrijf toegekend voor gedroogde voedergewassen die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Deze subsidie moet door de verwerkers van groenvoedergewassen worden doorbetaald aan de producenten.

Een verwerkingsbedrijf hield bij de bepaling van de inkoopprijs van groenvoedergewassen rekening met de mogelijk te ontvangen subsidie. In de jaarrekening van het verwerkingsbedrijf werden de voorraden gereed product, die ten tijde van het uitbrengen van de jaarrekening waren verkocht, gewaardeerd tegen marktwaarde minus opslag- en bewaarkosten. De niet verkochte voorraden gereed product werden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde, rekening houdend met opslag- en bewaarkosten. Bij de bepaling van de marktwaarde hield het bedrijf geen rekening met de subsidie.

Volgens Hof Leeuwarden behoren de door het verwerkingsbedrijf aan de leveranciers betaalde subsidiebedragen tot de kostprijs van de voorraad gereed product. Het is in strijd met het matchingsbeginsel om bij het bepalen van de marktwaarde van de voorraad geen rekening te houden met de subsidie. Het verwerkingsbedrijf bestreed deze opvatting omdat het bedrijf niet meer was dan een doorgeefluik voor de subsidie. De aan de producenten betaalde subsidiebedragen vormden daarom geen onderdeel van de kostprijs.

De Hoge Raad deelde deze opvatting van het bedrijf niet. Het niet activeren van betaalde subsidiebedragen en het niet opnemen van een vordering voor de nog te ontvangen subsidie is in strijd met goed koopmansgebruik. Op die manier wordt een verlies in aanmerking genomen dat, voor zover daartegenover een subsidievordering staat, niet is geleden. Gezien de voorwaardelijkheid van de subsidievordering hoeft deze niet voor de nominale waarde in aanmerking te worden genomen.