Op prejudiciële vragen van de Hoge Raad heeft het Hof van Justitie EG voor recht verklaard dat de voorbelasting op goederen en diensten die door een ondernemer gedeeltelijk worden gebruikt voor andere doeleinden dan economische activiteiten voor dat gedeelte niet aftrekbaar is. Dat geldt ook voor zogenaamde investeringsgoederen.

Volgens de Hoge Raad is het toelaatbaar om bij een dergelijk gemengd gebruik uit te gaan van een pro rata toedeling van de aftrekbare omzetbelasting volgens de methode die geldt bij gemengd gebruik voor belaste en voor vrijgestelde prestaties.