De omzetbelasting kent voor de landbouwsector een aantal bijzondere regelingen. De belangrijkste is de landbouwregeling. Deze regeling houdt in dat landbouwers, veehouders en dergelijke voor bepaalde prestaties buiten de heffing van omzetbelasting blijven. De afnemers van deze ondernemers kunnen 5,1% van het in rekening gebrachte bedrag als voorbelasting aftrekken.

Veehandelaren vallen niet onder de landbouwregeling omdat zij geen producten voortbrengen. In beginsels zijn veehandelaren normaal belastingplichtig. Op verzoek van de veehandelaar kan de inspecteur toestaan dat de veehandelsregeling geldt. Die regeling is vergelijkbaar met de landbouwregeling en houdt in dat de veehandelaar geen omzetbelasting over zijn leveringen in rekening hoeft te brengen. De afnemer heeft recht op een forfaitaire aftrek van voorbelasting als de veehandelaar hem een veehandelsverklaring overhandigt.

Vanwege het op eigen houtje toepassen van de veehandelsregeling, zonder een verzoek te hebben ingediend en dus zonder schriftelijke inwilliging van het verzoek, legde de inspecteur naast een naheffingsaanslag omzetbelasting een boete op. De inspecteur had de veehandelaar er meerdere keren op gewezen dat hij een verzoek om toepassing van de regeling had moeten indienen. Door desondanks geen verzoek in te dienen had de veehandelaar willens en wetens de reële kans aanvaard dat er te weinig omzetbelasting zou worden geheven. Opzet van de zijde van de veehandelaar was daarmee bewezen. De rechtbank was van oordeel dat de inspecteur terecht een vergrijpboete van 50% van de nageheven omzetbelasting had opgelegd.