In aansluiting op de in april 2009 verschenen notitie Fiscale Positie DGA worden nu de volgende maatregelen voorgesteld:
• invoering doorschuiffacilteit bij schenken van aanmerkelijkbelang-aandelen (ab-aandelen);
• aanpassing doorschuiffaciliteit vererven ab-aandelen;
• aanpassing betalingsfaciliteit overdracht ab-aandelen;
• eenmalige geruisloze inbreng van een ter beschikking gesteld pand in de NV of BV;
• invoering herinvesteringsreserve en kostenegalisatiereserve in de terbeschikkingstellingsregeling (tbs-regeling);
• invoering tbs-vrijstelling;
• uitbreiding betalingsfaciliteit tbs-regeling;
• versoepeling gebruikelijkloonregeling.

1. Doorschuiffaciliteit bij schenken van ab-aandelen
Iemand heeft een aanmerkelijk belang (ab) als hij alleen of samen met zijn fiscale partner een belang heeft van tenminste 5% in een bv of nv. De voordelen uit een ab worden belast in box 2 tegen een tarief van 25%. Dit geldt zowel voor dividenden als voor verkoopopbrengsten.
Ook bij het schenken van ab-aandelen moet inkomstenbelasting worden betaald over de meerwaarde van de aandelen. Per 1 januari 2010 komt er een doorschuiffaciliteit bij schenking van ab-aandelen voor de inkomstenbelasting zover de bv een materiële onderneming drijft. Dat betekent dat de doorschuifregeling ook op een gedeelte van de overdracht krachtens schenking van toepassing kan zijn. Bij de overdrager kan geen aanmerkelijkbelangverlies ontstaan. Het deel van de verkrijgingsprijs dat niet in aanmerking is genomen bij de overdrager, wordt doorgeschoven naar de begiftigde. Voor zover de doorschuifregeling niet is toegepast, geldt als verkrijgingsprijs bij de verkrijger op grond van de hoofdregel de waarde in het economische verkeer.

2. Aanpassing doorschuiffaciliteit vererven van ab-aandelen
De doorschuiffaciliteit bij vererven van ab-aandelen geldt met ingang van 1 januari 2010 slechts voor zover de bv een materiële onderneming drijft. Deze eis wordt nu niet gesteld. Over de waarde van het aanmerkelijk belang voor zover deze toerekenbaar is aan het beleggingsvermogen moet worden afgerekend. Als vervolgens kort na het overlijden beleggingsvermogen als dividend wordt uitgekeerd is over dat dividend inkomstenbelasting verschuldigd. Op verzoek wordt het dividend niet belast, mits het dividend wordt afgeboekt op de verkrijgingsprijs van de krachtens erfrecht verkregen aandelen.

3. Aanpassing betalingsfaciliteit overdracht ab-aandelen
De uitstelfaciliteit voor de verschuldigde inkomstenbelasting bij de overdracht van ab-aandelen wordt gewijzigd. Deze faciliteit geldt nu bij de overdracht van ab-aandelen binnen de familiekring en houdt in dat maximaal tien jaren uitstel van betaling wordt verleend.
De beperking tot de familiekring vervalt. In verband met de invoering van een doorschuiffaciliteit bij schenking wordt de uitstelfaciliteit beperkt tot overdrachten tegen schuldigerkenning. Wanneer  in plaats van de DGA zijn houdstervennootschap aandelen voor een lagere prijs overdraagt, is sprake van een dividenduitkering aan de DGA. Dat is een regulier voordeel waarop de doorschuifregeling niet kan worden toegepast. Deze situatie valt voortaan onder de uitstelfaciliteit.

4. Eenmalige geruisloze inbreng tbs-pand
Met ingang van 2001 wordt de terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen aan een BV door een aanmerkelijk belanghouder belast in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden. Een pand dat vóór 2001 ter beschikking werd gesteld aan de BV is met ingang van 1 januari 2001 automatisch in de tbs-regeling terecht gekomen. De overdracht van een ter beschikking gesteld pand aan de ‘eigen’ BV leidt tot de heffing van inkomsten- en overdrachtsbelasting.
Gedurende het jaar 2010 bestaat de mogelijkheid om een ter beschikking gesteld pand in te brengen in een NV of BV zonder heffing van inkomstenbelasting of overdrachtsbelasting. Voor de inkomstenbelasting wordt het pand tegen de boekwaarde doorgeschoven.
De belastingplichtige die het pand inbrengt moet na de inbreng tenminste 90% van het aandelenkapitaal bezitten in de BV waarin het pand is ingebracht. De BV hoeft geen materiële onderneming te drijven.

5. Herinvesterings- en kostenegalisatiereserve voor tbs-regeling
Met ingang van 1 januari 2010 kan ook binnen de tbs-regeling gebruik gemaakt worden van de ondernemersfaciliteiten herinvesteringsreserve en kostenegalisatiereserve. Vorming van een herinvesteringsreserve maakt uitstel van belastingheffing over de bij vervreemding van een bedrijfsmiddel gerealiseerde meerwaarde mogelijk. Vorming van een kostenegalisatiereserve maakt het mogelijk om piekuitgaven te spreiden over de jaren.

6. Terbeschikkingstellingsvrijstelling
Analoog aan de voor ondernemers geldende MKB-winstvrijstelling komt er per 1 januari 2010 een terbeschikkingstellingsvrijstelling. Een deel van het resultaat wordt daarmee vrijgesteld van belastingheffing.

7. Uitbreiding betalingsfaciliteit tbs-regeling
Een terbeschikkingsteller krijgt maximaal 10 jaar uitstel van betaling voor de verschuldigde inkomstenbelasting als de terbeschikkingstelling wordt beëindigd zonder vervreemding van de ter beschikking gestelde zaak. De bestaande vermogenstoets voor de uitstelfaciliteit vervalt. De betalingsfaciliteit wordt uitgebreid met gevallen waarin de ter beschikking gestelde zaak is geschonken of vervreemd waarbij de koopsom is schuldig gebleven.

8. Versoepeling gebruikelijk loonregeling
De gebruikelijk loonregeling geldt met ingang van 1 januari 2010 niet meer als het gebruikelijke loon niet hoger is dan € 5.000 per jaar. Binnen een concern geldt de grens van € 5.000 niet per vennootschap, maar voor alle werkzaamheden van de DGA voor het concern.
De gebruikelijk loonregeling is per 1 januari 2010 alleen van toepassing als iemand arbeid verricht voor een lichaam waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang heeft. Nu geldt de regeling ook als iemand arbeid verricht voor een lichaam waaraan hij vermogensbestanddelen ter beschikking stelt. De gebruikelijk loonregeling geldt uitdrukkelijk per lichaam. In concernverhoudingen blijft het mogelijk bij één lichaam het loon te verantwoorden dat gebruikelijk is voor de totale arbeidsprestatie voor het concern.

9. Versoepeling pensioen in eigen beheer
DGA’s hebben de mogelijkheid om pensioen in eigen beheer op te bouwen. Dat wil zeggen dat de uitvoering van de pensioenregeling niet plaatsvindt door een verzekeringsmaatschappij maar door de eigen BV. Dat kan een werkmaatschappij zijn maar ook de  holding of een afzonderlijke pensioenvennootschap. Voordeel van eigen beheer is dat de pensioenvoorziening in de opbouwfase geen liquiditeitsoffer vraagt. Nadeel is dat het pensioen binnen de risicosfeer van de onderneming blijft. Het opbouwen van pensioen in eigen beheer is gebonden aan voorwaarden. Zo moet het pensioenlichaam in Nederland zijn gevestigd en moet de pensioenverplichting voor de vennootschapsbelasting tot het binnenlandse ondernemingsvermogen worden gerekend. Deze voorwaarden zijn mogelijk in strijd met EG-recht. Daarom mogen pensioenlichamen voortaan elders in de Europese Unie of in de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd. De pensioenverplichting moet tot het binnenlandse ondernemingsvermogen van het land van vestiging behoren.
De versoepeling geldt overigens ook voor stamrecht-BV’s.