1. Eigen woning
Het Belastingplan 2010 bevat een aantal maatregelen met betrekking tot de eigen woning. Het gaat om de volgende:
a. Herleven van dubbele hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur,
b. De uitbreiding van de renteaftrek over meegefinancierde kosten van de hypotheek,
c. Het afschaffen van de goedkoperwonenregeling,
d. Het verkorten van de verjaringstermijn eigenwoningreserve van vijf naar drie jaar,
e. Omzetting monumentenvrijstelling overdrachtsbelasting in subsidie.

Ad a. Hypotheekrente voor de eigen woning is aftrekbaar. Een te koop staande voormalige eigen woning geldt gedurende twee jaar na het jaar waarin deze is verlaten nog als eigen woning. Dat betekent dat hypotheekrenteaftrek mogelijk is.  Als de woning wordt verhuurd in afwachting van verkoop is aftrek van hypotheekrente niet mogelijk. De woning valt dan in box 3. Wanneer binnen de periode van twee jaar de verhuur van de te koop staande woning wordt beëindigd, herleeft de mogelijkheid van hypotheekrenteaftrek voor de resterende periode waarin dubbele hypotheekrenteaftrek toegestaan is. De maatregel geldt als de verhuur op of na 1 januari 2010 is aangevangen. Voor gevallen waarin de verhuur voor 1 januari 2010 is aangevangen, geldt een overgangsmaatregel. De maatregel is tijdelijk en geldt tot 1 januari 2012.

Ad b. Op grond van een beleidsbesluit hebben starters op de woningmarkt recht op aftrek van de rente over meegefinancierde hypotheekkosten. Anderen hebben die mogelijkheid niet. Daarom krijgen ook doorstromers op de woningmarkt recht op aftrek van rente over meegefinancierde kosten ter verkrijging van de hypotheek.

Ad c. Als uitzondering op de bijleenregeling is destijds de goedkoperwonenregeling ingevoerd. De bijleenregeling is bedoeld om onnodige schuldverhoging te voorkomen. Door de goedkoperwonenregeling is men bij verhuizing naar een goedkopere eigen woning niet verplicht om de bestaande eigenwoningschuld af te lossen en het verschil tussen de opbrengst van de verkochte woning en bestaande schuld te investeren in de nieuwe woning. De goedkoperwonenregeling kan in samenhang met de partnerregeling in de bijleenregeling tot zeer complexe situaties leiden. Daarom wordt deze regeling afgeschaft.

Ad d. Het verschil tussen de verkoopopbrengst van de eigen woning en de bestaande hypotheekschuld vormt de eigenwoningreserve. De verjaringstermijn van de eigenwoningreserve wordt verkort van 5 naar 3 jaar. Dat is mogelijk omdat in het merendeel van de gevallen aansluitend op het verlaten van de oude eigen woning een nieuwe eigen woning wordt gekocht, waardoor de eigenwoningreserve afneemt tot nul.

Ad e. De monumentenvrijstelling in de overdrachtsbelasting wordt afgeschaft. In plaats daarvan komt er een subsidieregeling van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor het in stand houden van monumenten.

2. Uitbreiding banksparen
Per 1 januari 2008 bestaat de mogelijkheid om belastingvrij te sparen voor een oudedagsvoorziening en voor aflossing van de eigenwoningschuld via een geblokkeerde spaarrekening. Daar komen per 1 januari 2010 varianten bij voor ontslagvergoedingen (de stamrechtvrijstelling in de loonbelasting) en voor uitvaartproducten. De bedoeling van het banksparen is om een alternatief te geven voor de gefacilieerde verzekeringen.
Een stamrecht moet nu bij een verzekeraar of een eigen BV worden ondergebracht. Vanwege de kosten lijkt de introductie van een bankspaarvariant voor stamrechten voor lage ontslagvergoedingen een waardevolle uitbreiding.

3. Persoonsgebonden aftrek en schulden in box 3
Onlangs heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een verplichting tot het doen van periodieke giften als schuld in mindering komt op het vermogen in box 3. De giften zelf zijn aftrekbaar in box 1. Voorgesteld wordt om aan deze “dubbele aftrek” een einde te maken. Dat geldt niet alleen voor giften, maar ook voor alimentatieverplichtingen. Verplichtingen die kunnen leiden tot uitgaven die een persoonsgebonden aftrekpost vormen komen niet langer als schuld in box 3 in aanmerking. Deze wijziging zal ingaan op 30 december 2009.

4.  Successierechtschulden in box 3
Successierechtschulden en –vorderingen vallen voortaan in box 3. Er komt geen aanvullende regeling voor bedrijfsopvolgingsregelingen. Alleen voor aanslagen waarbij een verkrijging inzake de Natuurschoonwet 1928 is opgenomen geldt een uitzondering. Het deel van de aanslag waarvoor uitstel van betaling wordt gegeven en dat doorgaans niet zal worden ingevorderd blijft buiten beschouwing.

5. Heffingsrente successierecht
Met ingang van 1 januari 2010 wordt heffingsrente berekend over de verschuldigde rechten van successie bij overlijden. Heffingsrente wordt berekend vanaf acht maanden na het overlijden van de erflater. Over schenkingsrecht wordt geen heffingsrente berekend.