Een werkgever en een werknemer hadden een arbeidsovereenkomst gesloten met een werkweek van 45 uur. De werknemer hield zich daaraan. Volgens de van toepassing zijnde CAO bedroeg de wekelijkse arbeidsduur echter 38 uur of 40 uur met toekenning van 13 ADV-dagen. De werknemer wilde, uitgaande van een arbeidsduur van 38 uur, de meer gewerkte uren als overuren uitbetaald krijgen.

De kantonrechter oordeelde dat niet van belang was of een arbeidsduur van 45 uur wel of niet bij CAO of bij wet was toegestaan, aangezien dit niet meer ongedaan kon worden gemaakt. De kantonrechter wees de vordering van de werknemer toe, met de kanttekening dat overwerktoeslag tijdens genoten vakanties niet voor vergoeding in aanmerking kwam.