Een bedrijf wilde een deel van de activiteiten van een failliet bedrijf voortzetten. Het bedrijf bood aan circa 80 van de 200 medewerkers van het failliete bedrijf een arbeidsovereenkomst aan. Tot de groep van werknemers behoorde het voltallige personeel van een bepaalde vestiging van het failliete bedrijf. Een personeelslid was arbeidsongeschikt toen zij de aangeboden arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar tekende. Na circa zes weken ontsloeg de nieuwe werkgever het personeelslid op staande voet omdat zij niet had gezegd dat zij arbeidsongeschikt was. Het personeelslid vorderde bij de kantonrechter in kort geding betaling van haar salaris. De kantonrechter wees deze vordering toe.

Volgens de kantonrechter mag van een sollicitant die reageert op een vacature worden verwacht dat hij zijn potentiële werkgever informeert als hij niet alleen op het moment van de sollicitatie, maar ook nog enige tijd na de vermoedelijke datum van indiensttreding (volledig) arbeidsongeschikt is. Bij een bedrijfsovername neemt de nieuwe werkgever de bestaande dienstverbanden met alle rechten en verplichtingen over, ongeacht of die werkgever zich heeft geïnformeerd over de persoonlijke situatie van de individuele werknemers. Hier deed zich geen van beide situaties voor.

Volgens de kantonrechter mocht de medewerkster er vanuit gaan dat de nieuwe werkgever op de hoogte was van haar arbeidsongeschiktheid. Zeker nu het volledige team van deze vestiging over ging, mocht de werkneemster verwachten dat haar leidinggevende de nieuwe werkgever op haar arbeidsongeschiktheid had geattendeerd. Vervolgens deed de nieuwe werkgever een hele maand niets om enig vat te krijgen op de nieuw aangenomen personeelsleden. Onder deze omstandigheden vond de kantonrechter dat de werkneemster recht had op doorbetaling van haar salaris. De kantonrechter betwijfelde of het gegeven ontslag op staande voet zou standhouden in een bodemprocedure.